20dagen sinds
cito eindtoets groep 8

Navigatie

Pest protocol

Pestprotocol op de Kleine Reus

Pesten en plagen

Pesten en plagen zijn vormen van negatief gedrag.

Plagen is als kinderen aan elkaar gewaagd zijn. De ene keer plaagt de één, de andere keer de

ander. Door plagen leren kinderen om te gaan met conflicten.

Pesten is negatief gedrag dat bedreigend is. De pester speelt de baas over zijn slachtoffer en

gebruikt daarbij macht.

Pesten heeft veel gezichten: lichamelijk (bv schoppen, krabben e.d.), uitsluiten of negeren,

uitschelden of belachelijk maken, achtervolgen, afpersen enz. enz.

Dit kan incidenteel of structureel gebeuren, er kunnen zelfs meerdere kinderen bij betrokken

zijn.

Wat te doen in het geval van pesten

De Kleine Reus doet er alles aan om een sfeer te creëren waarin kinderen zich veilig voelen,

zodat ze zullen aangeven wanneer ze gepest worden. De begeleiders op school (leerkrachten

en NSO medewerkers) hebben oog en oor voor de signalen van pestgedrag.

Desondanks kan het voorkomen dat het zich achter de rug van leerkrachten en NSO

medewerkers plaatsvindt. Dus is van groot belang dat ouders het pesten op school melden

indien kinderen hierover vertellen, klagen of signalen van pesten afgeven (denk aan bed

plassen, terugtrek gedrag, buikpijn ed).

Dit moet worden doorgegeven aan de leerkracht, de luisterjuf, NSO medewerker of directie.

Deze koppelen het voorval terug aan de leerkracht.

Pesten kan niet worden bestreden door het te verbieden. Als een slachtoffer vertelt over pesten

is het van groot belang dat het verhaal serieus genomen wordt. Gepest worden is niet je eigen

schuld.

Om de ernst van de situatie in beeld te krijgen is het goed om door te vragen: Door wie word

je gepest? Wanneer gebeurt het? Waar word je gepest? Hoe word je gepest? Wat doe je zelf

als je wordt gepest? Wat zou je willen dat er gebeurt met dit probleem? Ed.

Fase 1

De leerkracht praat individueel met de pester en daarna met het slachtoffer en tot slot met de

klas.

De pester wordt aangesproken op het pestgedrag en er worden afspraken gemaakt over

gewenst gedrag.

Bij het slachtoffer wordt in een gesprek nogmaals gevraagd wat de problemen zijn en

vervolgens wordt besproken welke afspraken zijn gemaakt met de pester.

Indien nodig wordt met de klas het pesten besproken en “de stop hou op” opgefrist.

De ouders van de pester en de ouders van het slachtoffer worden ingelicht.

Na 2 of 3 weken wordt met de pester en het slachtoffer afzonderlijk besproken of de situatie is

verbeterd.

Fase 2

Als het pestgedrag niet verdwijnt of als oude problemen weer opspelen of als het pestincident

zeer ernstig is (bijvoorbeeld omdat er meerdere groepen bij betrokken zijn, of veel kinderen

pesten 1 kind) worden alle betrokken geledingen in de school binnen een week door de

leerkracht bij elkaar geroepen. In dit formele overleg worden gezamenlijke stappen uitgezet.

De leerkracht van het slachtoffer praat met:

directie

NSO

collega leerkrachten

ouders

IB

Daarna spreekt de leerkracht individueel met pester en slachtoffer. En vervolgens wordt in de

klas gewenst gedrag in dit soort situaties besproken.

Na 2 of 3 weken worden ouders, pester en slachtoffer aangesproken om te horen of het

pestgedrag verdwenen is. Mocht dit niet afdoende het geval zijn dan begint fase 2 opnieuw.

Dat betekent dat alle geledingen opnieuw bij elkaar geroepen worden.

Fase 3

Mocht het pesten zeer hardnekkig zijn of zich buiten school voortzetten dan kan na fase 2

worden overgegaan in fase 3. In fase 3 kan de hulp van schoolmaatschappelijk werk en het

zorgteam worden ingeroepen.

De situatie wordt in het zorgbreedteoverleg besproken en er wordt een plan opgesteld.