Wat maakt de Kleine Reus tot zo’n goede en leuke school?
We werken vanuit een ontwikkelingsgericht perspectief, met oog voor de talenten van ieder kind.
Ontwikkelingsgericht onderwijs wordt kortweg OGO genoemd. OGO gaat uit van de gedachte dat kinderen van nature nieuwsgierig zijn, (zelf) vertrouwen hebben en openstaan voor de wereld om hen heen. Binnen ons onderwijsaanbod staan enerzijds het veiligstellen van de basis (nieuwsgeirigheid, zelfvertrouwen en openheid) en anderzijds het creëren van uitdagende situaties centraal.
Wat vinden wij goed onderwijs?
Onderwijs levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen: cognitief, sociaal, emotioneel, esthetisch en motorisch. Een goede school draagt niet alleen kennis over, maar maakt ieder kind een beetje slimmer, handiger, verantwoordelijker, vrijer, nieuwsgieriger, enzovoorts.
Onze school draagt cultuur over, waaronder kennis, kunst, literatuur en andere cultuurproducten. Dit gebeurt op een manier die bijdraagt aan de bedoelde veelzijdige ontwikkeling.
Goed onderwijs is maatschappelijk relevant. De muren tussen de school en de omringende samenleving worden "doorlaatbaar".
Hoe zien wij ontwikkelingsgericht onderwijs?
Ontwikkelingsgericht onderwijs is een open concept. Ontwikkelingsgericht onderwijs ziet de leerlingen als personen, die hoe, jong ze ook zijn, kunnen en willen deelnemen aan tal van sociaal- culturele activiteiten. Zij hebben daarvoor wel vaak de begeleiding en/ of sturing van anderen nodig, die hen helpen om boven de mogelijkheden van dat moment uit te stijgen. Het uitgangspunt is dat kinderen in en door interactie met anderen onderwijsbaar en ontwikkelbaar zijn. Steeds vinden zij mogelijkheden om ook dat te doen wat zij eerst anderen zagen doen. Steeds kunnen zij zelfstandiger taken volbrengen, die zij eerst alleen aan konden met behulp van anderen.
In ontwikkelingsgericht onderwijs zien wij een beslissende rol weggelegd voor de leerkracht. Deze is verantwoordelijk voor het in balans houden van de persoonlijke belangen van de kinderen en de belangen van de samenleving. De leerkracht bemiddelt in het dilemma tussen kindgerichtheid en leerstofgerichtheid,
De leerkracht ontwerpt hiervoor betekenisvolle en sociaal- culturele activiteiten, waarbinnen gezamenlijk handelen plaats vindt en waaraan een gezamenlijk motief verbonden is.
De leerkracht draagt zorg voor het tot stand komen van de zone van de naaste ontwikkeling. Deze zone bestaat uit activiteiten die de leerling wel wil doen, maar nog niet volledig en zelfstandig kan uitvoeren. De leerling heeft hierbij een ander ( medeleerling, leerkracht of een andere volwassene ) nodig.
Het onderwijs in Nederland kent een aantal vastgestelde kerndoelen. Die omschrijven wat elk kind in elke groep op de basisschool moet leren. OGO wil méér bieden: het is eigenlijk kerndoelen plus!
Met de kerndoelen aan de ene kant en de natuurlijke nieuwsgierigheid van het kind aan de andere kant, geven wij het onderwijs op de Kleine Reus vorm. Naast vaardigheden en kennis, leren wij kinderen ook strategieën. We motiveren en houden kinderen betrokken bij hun eigen ontwikkeling.

"In de klas zijn we al een tijdje bezig met letters. De kinderen hebben letters geknipt en opgeplakt. Met de oudste kleuters hebben we woordjes gezocht, genoemd en opgeschreven die met diezelfde letter beginnen en er tekeningen bij gemaakt. Een paar kinderen hebben de woordjes nagestempeld en enkelen zelf geschreven. Een jongste kleuter heeft alle activiteiten nauwlettend gevolgd. In de tekenhoek heeft hij zelf letters bedacht en getekend. Hij wil dat ik voorlees wat hij geschreven heeft. We noemen het tovertaal."(leerkracht groep ½)
Wat betekent dat voor de dagelijkse onderwijspraktijk?
Naast het werken met methodes bieden wij veel onderwijs aan in de vorm van thema’s. De thema’s worden door de leerkrachten voorbereid, waarbij voor ieder thema de doelen worden vastgesteld.
De uitwerking van de thema’s gebeurt met de kinderen samen.
Eerst wordt het thema verkend en wordt er geïnventariseerd wat de kinderen al weten van dit onderwerp en wat ze willen leren over dit onderwerp. De leerkracht speelt hierbij een belangrijke en sturende rol.
In de onderbouw, de groepen 1 t/m 4, staat het spel centraal. De kinderen leren door interactie, ( na) doen en motorische ondersteuning. De spelhoek neemt dan ook een belangrijke plaats in binnen de groep en wordt vaak per thema aangepast. De leerkracht speelt mee in de spelhoek en introduceert daar nieuwe componenten: bijvoorbeeld het schrijven van een boodschappenbriefje.
In de groepen 1/2 wordt veel in concrete hoeken gewerkt:
1. een spelhoek voor rollenspel ( voor de sociale en taalontwikkeling)
2. een bouwhoek ( voor de wiskundige en taal ontwikkeling)
3. een constructiehoek voor de creatieve en motorische ontwikkeling
4. een knutselhoek voor de creatieve en motorische ontwikkeling
5. een lees-schrijfhoek voor de taalontwikkeling
6. een spelletjeshoek voor sociale, wiskundige en taalontwikkeling
7. een ontdekhoek voor wereldoriëntatie, taal en wiskundige ontwikkeling
8. een thematafel voor het tentoonstellen van een thema waarbij alle ontwikkelingsgebieden aan bod kunnen komen.
Vanaf groep 3 worden de hoeken minder concreet. Al deze verschillende activiteiten worden dan meer geïntegreerd aangeboden.
Vanaf een jaar of zeven, acht leren kinderen veel meer om het leren zelf. Ze zijn zich bewust van hun inzet en het gevolg hiervan. Er is sprake van een productieve leeractiviteit. Het thematisch aanbod wordt dan vooral samen met de kinderen uitgewerkt in de onderzoeksvragen:
• wat weet ik al van dit onderwerp?
• Wat wil ik hiervan leren?
• Hoe krijg ik antwoord op deze vragen?
Belangrijk binnen ontwikkelingsgericht onderwijs is dat de leerling actief is en dat de leerkracht hem of haar uitdaagt om steeds wat meer te doen.
Binnen het ontwikkelingsgericht onderwijs blijft de leerkracht ontwerper van het leerproces. Goede kennis van de verschillende leerlijnen is dus essentieel.
|
|
"We hebben een complimentendoosje in de klas. Kinderen schrijven complimentjes aan elkaar die aan het eind van de dag worden voorgelezen. Joris heeft Noah geschreven dat hij lief is, hard werkt en netjes schrijft. Tera heeft Anna geschreven dat ze zo'n mooie broek aan heeft."
|